Werk maken van spelen!

Kinderen komen tegenwoordig te weinig aan spelen toe. Daarvoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. Om te beginnen de grote nadruk op cognitief presteren, op schoolprestaties. Hoe eerder hoe beter. Tijd om te spelen en creatieve vaardigheden te ontwikkelen wordt daaraan opgeofferd. Daarnaast is er steeds minder ruimte om te spelen. Na schooltijd gaan veel kinderen naar de opvang of worden ze vervoerd naar lessen en clubs. Scholen nemen de kinderopvang over. Logistiek gemakkelijk voor werkende ouders, maar wat betekent het voor kinderen om de hele dag in hetzelfde gebouw door te brengen? Tegelijkertijd missen veel kinderen van huis uit een speelrijke omgeving. Voor veel kinderen vormt de school hun tweede thuis. Kinderen leren echter niet alleen op school, maar ook thuis en tijdens hun spel in de tijd die zij zelf mogen invullen. Hebben ze die tijd en ruimte? Met vastgestelde programma’s moeten meetbare resultaten bereikt worden, zonder oog te hebben voor de behoeften van het kind. Hoe vaak lopen we kinderen niet te gebieden, verbieden en waarschuwen: “Pas op! Niet doen! Blijf hier!”, in plaats van hen bijvoorbeeld te stimuleren en te leren hoe ze met risico’s moeten omgaan? Kinderen hebben tijd en ruimte nodig om zichzelf spelenderwijs te vermaken, hun fantasie te gebruiken om oplossingen te bedenken, zich uit te leven en te ontspannen, en hun omgeving én de samenleving te verkennen. Die moeten dus niet de hele dag in hetzelfde (school)gebouw verblijven. Een jaar na de invoering van de Jeugdwet ligt in het jeugdbeleid de focus vooral op problemen en therapeutische of medische oplossingen. De bezorgde tijdgeest heeft geleid tot toenemende protocollering in onderwijs en...

Wie beweegt wie?

Als ouder moet je je kind laten bewegen. Dan wordt het niet te dik en blijft de bevolking gezonder. Dat scheelt de samenleving veel kosten. Rapporten van de Gezondheidsraad zijn alarmerend. Veel beleidsmaatregelen geven financiële impulsen aan sport en beweging en het onderzoek naar een gezonde leefstijl. En ook hier geldt: jong geleerd…. Dus volwassenen: geef het goede voorbeeld! Dat is echter lastig als je een druk programma hebt als ouder en – eenmaal thuis – ook zelf niet weg te branden bent van je smartphone of tablet, of aan de buis gekluisterd bent. Moeilijk uit te leggen aan de kinderen dat ze dat apparaat in de kast moeten leggen en gewoon buiten moeten gaan spelen. Laatst was ik op een beurs in het kader van gezondheid en jeugdbeleid. Wat een papieren worden er geproduceerd. Allemaal programma’s en mooi vormgegeven materialen, die de jeugd gezonder en de samenleving meer welzijn moeten bieden. kostenbesparende voorzorg. Communicatiebureaus en ondersteunende bureaus hebben het er maar druk mee. Ondertussen hebben ouders het druk om hun kinderen tijdig op school te krijgen en aan allerlei naschools aanbod mee te laten doen. Als dat vervoer nou allemaal op de fiets zou plaatsvinden, of lopend, dan halen zowel ouders als kinderen de beweegnorm. Dat kunnen onderzoekers vast aantonen, met allerlei meetapparatuur op onze lijven geplakt. De ggd’s bereiken vooral de jonge gezinnen, de contacturen met de schoolgaande jeugd zijn tot een minimum beperkt, uit kostenoverwegingen. Ik herinner me nog de hardhandige controles: zijn je oren wel schoon, heb je geen luizen? Als je in een buurt met lage SESfactoren komt woont, heb je keuze uit wel...

Buiten of binnen, speeltijd of leertijd?

In de zomer boden vijftig organisaties een petitie aan staatssecretaris Dijksma aan op de Natuurtop: Ieder kind heeft recht op natuur! Met als ondertitel ‘spelen, leren, bewegen, voeding’. Een mooi samenspel van organisaties zo vlak voor de vakantie waarin kinderen bij uitstek de kans hebben in contact te komen met de natuur. Tijdens mijn eigen vakantie meteen maar een onderzoekje gedaan. Een prachtige beek met stenen bij de camping lag er rustig bij. Ik verwachtte er kinderen die dammen bouwden. Waar waren ze? Ik liep wat rond op de camping en ontdekte de wifispot. Ah daar zijn ze! Ze speelden volop met ipad(mini’s) en smartphones. Ook volwassenen zaten op schermpjes te turen. Best ‘n gek gezicht, volwassenen in bikini en zwembroek bij elkaar achter hun laptop en tablets. Volwassenen stil, kinderen volop kletsend. “Ik heb een foto van dat meisje van vanochtend in het zwembad getagd”. In hun beste Duits lieten kinderen vanuit verschillende landen elkaar de meest bizarre websites zien. Of ze onderhandelden bij het razend populaire Mindcraft bij het ontwerpen van creatieve steden. Zouden ze daar natuurlijke speelplekken in maken? Ik hoorde van ouders dat zij tijdslimieten instellen. Om drie uur mag je weer, ga eerst dammen maken of een hut bouwen, waarop zoonlief van acht jaar vraagt “hoe moet ik dat doen?”. Die petitie is zo gek nog niet. Aan de andere kant hebben we allemaal de mond vol over het belang van kinderparticipatie. Die kinderen geven aan wat ze leuk vinden, volwassenen wat ze belangrijk voor hun kinderen vinden. Speeltijd buiten of binnen; digitaal of in de echte wereld. Kinderen en volwassenen spelen digitaal. Ik...