'Mijn spelen is leeren, en waarom zou mij dan het leeren vervelen'

(Hieronymus van Alphen/1746-1803)

Luisteren en doen wat nodig is

Iedereen heeft herinneringen aan waar hij/zij als kind vroeger speelde. Ervaringen die je nooit vergeet! Kinderen verwerken ervaringen tijdens hun spel en krijgen greep op de wereld om hen heen. Spelenderwijs ontdekken kinderen de wereld, leren mogelijkheden en grenzen kennen. Spelen houdt niet op als kinderen naar school gaan. Ook na schooltijd en thuis spelen kinderen. Vrijwilligers én professionals werken met kinderen in de buurten waar zij opgroeien. In jeugdwerk, verenigingen en clubs. Zij vervullen een essentiële rol voor kinderen, naast familie en de school. Hun werk wordt vaak ondergewaardeerd: werken met kinderen kan toch iedereen? Niets is minder waar. Werken met kinderen is een vak. Begeleiden van spel is daarbij essentieel. Kinderen willen gehoord en gezien worden. Kinderwerkers zijn professionele vrienden in de buurt, met name voor kinderen die opgroeien met meer risicofactoren. Als ‘beschermende factoren’ ondersteunen zij spelenderwijs de ontwikkeling van kinderen die meer aandacht nodig hebben. Dat voorkomt duurdere zorg. Ik wil dat álle kinderen succeservaringen opdoen, optimale speelkansen hebben, en elkaar en de samenleving leren kennen. Dat kan op vele manieren. Via spel en sport, culturele vorming, drama, muziek, educatieve projecten ‘levensecht leren’, én het vrije spelen in de buurt. Daar moeten kinderen dan wel mogelijkheden voor hebben. zowel fysiek als sociaal. Die zijn helaas niet vanzelfsprekend voor alle kinderen.  Het IRVK (Internationale Verdrag inzake de rechten van het kind) en het General Comment 17 vormen voor mij belangrijke inspiratiebronnen.